Conflictmanagement
In dit artikel wordt Taijiquan gepresenteerd als model voor conflict-management.
TJQ is oorspronkelijk een van de "zachte", "interne" vechtkunsten zoals Pa-Kua en Hsing-I, gebaseerd op de Chinese filosofie, waarbij wordt gestreefd naar de harmonisering van het individu met zijn omgeving.
TJQ kenmerkt zich door cirkelende en vloeiende bewegingen, die het doel hebben om bij de beoefenaar innerlijke rust en energie op te wekken, waarmee hij aankomende stressfactoren (spanningen binnen het lichaam, spanningen vanuit de omgeving) kan ontwijken, neutraliseren en omleiden.
TJQ is in principe defensief, het richt zich op het voorkomen en harmoniseren van stressfactoren.
TJQ onderscheidt zich duidelijk van de "harde/externe/exoterische" vechtkunsten zoals Karate en Kickboksen, welke zich kenmerken door hoekige en rechtstreekse bewegingen, waarbij aanvallen worden geblokkeerd.
Deze vechtstijlen zijn in principe offensief georiënteerd, ze richten zich op het offensief aangaan en het initiatief behouden om de tegenstander te verpletteren.
De tegenstelling tussen "zacht/intern/esoterisch" en "hard/extern/exoterisch" is gepolariseerd om de vergelijking te vereenvoudigen.
De Wing-Ch'un stijl is een duidelijke voorbeeld van een methode die "zachte" en "harde" elementen combineert.
Ook bij TJQ zijn er stijlverschillen, die variëren tussen "zacht" (zoals de Korte Vorm) en "hard" (zoals de traditionele Chen-stijl).
Er wordt geen waarde-oordeel gegeven over "goede" versus "slechte" technieken, er wordt niet beweerd dat de ene manier onder alle omstandigheden efficiënter is dan de andere.
De keuze voor TJQ als model voor conflicthantering is een kwestie van persoonlijke voorkeur en temperament.
Aangezien de Korte Vorm de meest bekende TJQ-stijl is, zal deze als uitgangspunt genomen worden, waardoor de nadruk zal leggen op de "zachte" elementen.

Stijlen van conflicthantering
Er zijn verschillende stijlen om conflicten (binnen het individu, of in de omgeving) op te lossen.
"Harde" stijlen gaan ervan uit dat het conflict niet (meer) voor onderhandelingen vatbaar is, en nemen het initiatief om het conflict zo snel mogelijk op te lossen.
"Zachte" stijlen gaan ervan uit dat het conflict harmoniseerbaar moet zijn, ze gaan niet zelf in het offensief maar zorgen ervoor dat aanwezige conflicten geneutraliseerd en omgeleid worden door het overnemen van het initiatief.
Ze zorgen er eerst voor dat het individu zelf in harmonie is met zichzelf en zijn omgeving, vervolgens maken ze gebruik van de kracht van de ander, om deze ten val te brengen.

Theorie van conflicthantering
Sunzi beschreef (300 BC) in "de kunst van het oorlogvoeren" met dertien hoofdstukken zijn (psychologisch georiënteerde) militaire strategie, die ook nog in de 20e eeuw bruikbaar bleek voor de guerilla-technieken van Mao.
Miyamoto Musashi beschreef (1645 AD) in "het boek van vijf ringen" zijn offensieve stijl van zwaardvechten, met de expliciete vermelding dat dezelfde principes van toepassing zijn op grootschalige strategie en bij organisaties; ook nu nog worden deze principes gebruikt door Japanse managers.
De TJQ -klassieken ("Herontdekt" in de 19e eeuw, toegeschreven aan Zhang Sanfeng, 13e eeuw) gebruiken de schrijfstijl van Sunzi, maar leggen de nadruk op zelfverdediging en individuele zelf- ontplooiing.
Een van de meest belangrijke hoofdstukken "het Lied van de Dertien Houdingen" beschrijft de dertien basis-technieken van TJQ .
Cheng Manqing (verspreider van de Korte Vorm van de Yang-stijl, 20e eeuw), gebruikte bij zijn "Dertien Verhandelingen over Taijiquan" een indeling van hoofdstukken, die gebaseerd was op Sunzi, maar verlegde de nadruk van zelfverdediging naar zelf- genezing.
Mao schreef in navolging van Sunzi het volgende op in "het Rode Boekje":
1. Wanneer de tegenstander oprukt, trekken we terug!
2. Wanneer de tegenstander halt houd, gaan wij schermutselingen aan!
3. Wanneer de tegenstander de confrontatie uit de weg gaat, vallen we aan!
4. Wanneer de tegenstander terugtrekt, achtervolgen we!
Deze vier principes komen ook weer terug in de TJQ-gevechtstheorie.