Acht technieken, trigrammen & windrichtingen

Peng: "afweren": een backhand-achtige beweging; met de rug van de gebogen arm wordt een afweer (tegen de armen) of slag gedaan (tegen de romp). Een expansieve, explosieve techniek (afweer en/of slag
Qian: "hemel": drie yang-lijnen., extreem hard. Het Zuiden.

Lu: "terugdraaien": meegeven met de inkomende kracht, om deze vervolgens zijwaarts achter je naar de grond te leiden. Een terugtrekkende, meegevende beweging (balansverstoring)
Kun: "aarde": drie yin-lijnen, extreem zacht. Het Noorden.

Chi: "persen": beide handen bewegen naar elkaar, waarbij een kwetsbaar lichaamsdeel van de tegenpartij wordt samengeperst. (dubbele slag, klem).
Kan: "water": een yang-lijn, ingeklemd tussen twee yin-lijnen: van buiten gezien extreem zacht, maar van binnen verborgen hardheid. Het Westen.

An: "duwen": met een of twee handen duw je tegen de armen (om een aanval te neutraliseren) of de romp (om een slag te leveren met de open hand) van de tegenpartij. (afweer en/of slag)
Li: "vuur": een yin-lijn, ingeklemd tussen twee yang-lijnen: van buiten gezien extreem hard, maar van binnen verborgen zachtheid. Het Oosten.

Cai: "grijpen": de elleboog of pols van de tegenpartij grijpen, om deze in de gewenste richting te brengen. (balansverstoring, klemmen, breken).
Sun: "wind": twee yang-lijnen boven een yin-lijn: voornamelijk hard, met zachte mogelijkheden: Het Zuidwesten.

Lieh: "splijten": beide armen bewegen zich in tegengestelde richting, alsof je iets uit elkaar trekt; de bedoeling is met de ene hand een arm van de tegenpartij te grijpen, terwijl de andere hand een slag plaatst op de romp. (slag en greep-combinatie).
Zhen: "donder": twee yin-lijnen boven een yang-lijn: voornamelijk zacht, met harde mogelijkheden. Het Noordoosten.

Zou: "elleboog": de elleboog gebruiken om een stoot te leveren of om een greep te neutraliseren. (stoot of neutralisatie).
Dui: "meer": een yin-lijn boven twee yang-lijnen: Zachtheid verbergt grote hardheid.Het Zuidoosten.

Kao: "botsen": een onderdeel van het lichaam (schouder, rug, heup, dij, knie, borstkast, bil) gebruiken om op korte afstand de tegenpartij uit balans te brengen.
Gen: "berg": een yang-lijn boven twee yin-lijnen: Hardheid verbergt grote zachtheid: Het Noordwesten.

De vijf posities & elementen

Jin Bu: "stap voorwaarts": wanneer de tegenpartij zich uit een benarde positie wil terugdraaien, blijf je hem achtervolgen en klemzetten. Chin: "metaal": verslaat "hout" en produceert "water".

Tui Bu: "stap achterwaarts": wanneer de tegenpartij met nadruk een aanval op je uitvoert, trek je terug om de aanval te neutraliseren. Mu: "hout": verslaat "aarde" en produceert "vuur".

Zuo Gu: "kijk naar links": wendt je naar de linkerflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren. Shui: "water": verslaat "vuur" en produceert "hout".

You Pan: "kijk naar rechts": wendt je naar de rechterflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren. Huo: "vuur": verslaat "metaal" en produceert "aarde".

Zhung Ding: "stabiliseer het centrum": onder alle omstandigheden moet je balans en je zwaartepunt goed in je centrum zitten, dwz in je buik Tu: "aarde" verslaat "water" en produceert "metaal".

De acht poorten (Ba men)

In de primaire rangordening der trigrammen volgens de volgorde van Fu Xi, zijn de trigrammen geordend in complementaire paren tegenover elkaar, waarbij de bovenzijde van het schema naar het zuiden is gericht.
De rangordening van Fu Hsi verwijst naar de relatie en interactie van de trigrammen voordat het scheppings-proces de archetypen doet indalen in de materie.
In de feng shui (geomantie) wordt gebruik gemaakt van de rangordening van Fu Hsi bij de inrichting van graf-heuvels.
Bij de inrichting van gewone huizen gebruik gemaakt wordt van een volkomen andere rangordening, namelijk die van koning Wen, die verwijst naar de relatie en interactie van de trigrammen nadat het scheppingsproces de archetypen werkzaam maakt in de materie.
Bij het beoefenen van de Taijiquan vorm wordt gebruik gemaakt van de ordening van Fu Xi: begin je in het centrum met het gezicht naar het zuiden, je moet je bewust blijven van de acht windrichtingen. Tijdens de beoefening van de vorm verander je continu van richting, waardoor je alle acht richtingen doorloopt. Elke beweging en houding van de vorm is een antwoord op een actie van een onzichtbare tegenstander vanuit één van de acht richtingen.