Dertien Taiji Houdingen voor zwaardspel en lege hand:

Acht technieken en vijf posities

Acht technieken, trigrammen & windrichtingen

Zhou: trekken, trek het zwaard van linksachter naar rechtsvoor
Peng: "afweren": een backhand-achtige beweging; met de rug van de gebogen arm wordt een afweer (tegen de armen) of slag gedaan (tegen de romp). Een expansieve, explosieve techniek (afweer en/of slag)
Qian: "hemel": drie yang-lijnen., extreem hard.
Het Zuiden.

Tai: scheren, het zwaard scheert van rechtsachter naar linksvoor
Lu: "terugdraaien": meegeven met de inkomende kracht, om deze vervolgens zijwaarts achter je naar de grond te leiden. Een terugtrekkende, meegevende beweging (balansverstoring)
Kun: "aarde": drie yin-lijnen, extreem zacht.
Het Noorden.

Ti: tillen, de zwaardpunt wordt omhooggetild
ji: "persen": beide handen bewegen naar elkaar, waarbij een kwetsbaar lichaamsdeel van de tegenpartij wordt samengeperst. (dubbele slag, klem).
K'an: "water": een yang-lijn, ingeklemd tussen twee yin-lijnen: van buiten gezien extreem zacht, maar van binnen verborgen hardheid.
Het Westen.

Ge: blokkeren, het einde van de kling vangt de aanval op
An: "duwen": met een of twee handen duw je tegen de armen (om een aanval te neutraliseren) of de romp (om een slag te leveren met de open hand) van de tegenpartij. (afweer en/of slag)
Li: "vuur": een yin-lijn, ingeklemd tussen twee yang-lijnen: van buiten gezien extreem hard, maar van binnen verborgen zachtheid.
Het Oosten.

Ji: slaan, zijwaartse slag
Cai: "grijpen": de elleboog of pols van de tegenpartij grijpen, om deze in de gewenste richting te brengen. (balansverstoring, klemmen, breken).
Sun: "wind": twee yang-lijnen boven een yin-lijn: voornamelijk hard, met zachte mogelijkheden:
Het Zuidwesten.

Ci: doorboren, stoot
Lieh: "splijten": beide armen bewegen zich in tegengestelde richting, alsof je iets uit elkaar trekt; de bedoeling is met de ene hand een arm van de tegenpartij te grijpen, terwijl de andere hand een slag plaatst op de romp. (slag en greep-combinatie).
Zhen: "donder": twee yin-lijnen boven een yang-lijn: voornamelijk zacht, met harde mogelijkheden.
Het Noordoosten.

Dian: toucheren, lichte aanraking met de punt
Zou: "elleboog": de elleboog gebruiken om een stoot te leveren of om een greep te neutraliseren. (stoot of neutralisatie).
Dui: "meer": een yin-lijn boven twee yang-lijnen: Zachtheid verbergt grote hardheid.
Het Zuidoosten.

Beng: zweepslag, onderhandse slag
Kao: "botsen": een onderdeel van het lichaam (schouder, rug, heup, dij, knie, borstkast, bil) gebruiken om op korte afstand de tegenpartij uit balans te brengen.
Gen: "berg": een yang-lijn boven twee yin-lijnen: Hardheid verbergt grote zachtheid:
Het Noordwesten.

De vijf posities & elementen

Jin Bu: "stap voorwaarts": wanneer de tegenpartij zich uit een benarde positie wil terugdraaien, blijf je hem achtervolgen en klemzetten.
Jiao: roeren, het zwaard van de tegenstander binden
Jin: "metaal": verslaat "hout" en produceert "water".

Ya: omlaag drukken, het plat van het zwaard drukt de kling van de tegenstander omlaag
Tui Bu: "stap achterwaarts": wanneer de tegenpartij met nadruk een aanval op je uitvoert, trek je terug om de aanval te neutraliseren.
Mu: "hout": verslaat "aarde" en produceert "vuur".

Bi: splijten, bovenhandse slag met midden van de kling
Zuo Gu: "kijk naar links": wendt je naar de linkerflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren.
Shui: "water": verslaat "vuur" en produceert "hout".

Jie: onderscheppen, een zagende beweging naar de aanvallende pols van de tegenstander
You Pan: "kijk naar rechts": wendt je naar de rechterflank, om een aanval en/of verdediging in die hoek uit te voeren.
Huo: "vuur": verslaat "metaal" en produceert "aarde".

Xi: polijsten, het zwaard beweegt als een lemniscaat aan weerszijden van het lichaam
Zhong Ding: "stabiliseer het centrum": onder alle omstandigheden moet je balans en je zwaartepunt goed in je centrum zitten, dwz in je buik
Tu: "aarde" verslaat "water" en produceert "metaal".